Geur en luchtkwaliteit

Slaat u (grond-)stoffen op welke geurcomponenten bevatten of voert uw werkzaamheden uit waarbij geur kan ontstaan? Dan kan geurhinder mogelijk leiden tot klachten binnen de omgeving. De belangrijkste bronnen voor heurhinder zijn de intensieve veehouderij en de industrie. Hierop is verschillende wet- en regelgeving van toepassing.

Geuronderzoek biedt inzicht in de uitstoot van geur(-componenten), de verspreiding ervan en de geurbelasting op plekken waar mensen (kunnen) verblijven. Bedrijven die een relevante geuremissie hebben moeten voldoen aan bepaalde geurnormen. Wilt u uitbreiden of juist veranderen, dan mag u bepaalde normen niet overschrijden.

Om te onderzoeken of deze gestelde geurnormen niet worden overschreden kunnen geurverspreidingsberekeningen worden uitgevoerd. Het opstellen van een berekening met behulp van kentallen (conform NTA 9065) is een goed alternatief voor het uitvoeren van metingen. In specifieke gevallen moet de luchtkwaliteit, zoal beschreven in titel 5.2 Wm, in kaart worden gebracht. Met luchtkwaliteitsberekeningen wordt de concentratie NOx, NO2, PM10 en PM2,5 veelal in kaart gebracht. Maar ook verspreidingsberekeningen van andere stoffen behoren tot de mogelijkheden.

Voor het opstellen van geurverspreiding- en luchtkwaliteitsberekeningen maakt BMD Advies Noord Nederland gebruik van het model Pluim-Plus 4.7 of Geomilieu. Beide modellen zijn rekenprogramma’s volgens de specificaties van het Nieuw Nationaal Model.