Rookverbod vanaf 1 januari 2022

Sinds 1 juli 2021 zijn rookruimtes in (semi-)publieke organisaties en in openbare ruimten niet meer toegestaan. En over 6 maanden, op 1 januari 2022 mogen rookruimtes helemaal niet meer voorkomen in bedrijfsgebouwen.

Dat is onlangs wettelijk bepaald in de Tabakswet, en afgesproken in het Nationaal Preventieakkoord. De NVWA (Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit) handhaaft deze regels. Boetes kunnen oplopen tot 4.500 euro.

Ook vanuit het Arbobesluit, artikel 3.20 lid 2 wordt van de werkgever verwacht dat doeltreffende maatregelen worden genomen ter bescherming van de niet-rokers tegen hinder van tabaksrook. Vanuit de beoordeling van de algemene inrichting van gebouwen in de Algemene RI&E, zou dit kunnen leiden tot een verdiepende RI&E waarvoor de inspectie SZW de handhavende instantie is.

 Consequenties van het roodverbod

Het rookverbod dat per 1 januari 2022 geldt, gaat best ver. In feite moeten werkgevers hun werknemers op elke werkplek beschermen tegen blootstelling aan rook. Het rookverbod geldt voor iedere werkplek, dus bijvoorbeeld ook in leaseauto’s en vrachtwagens waar een werknemer alleen aanwezig is. Het gaat zelfs zover dat de werkgever maatregelen moet treffen om rokende werknemers te beschermen tegen het meeroken met een andere roker.

In feite mag je binnen het bedrijfsterrein alleen nog roken in de “open lucht” onder de volgende voorwaarden:

  • De rookplek moet volledig buiten een gebouw of werkplek geplaatst zijn.
  • De voorziening mag niet direct aan een werkplek of gebouw grenzen of bevestigd zijn.
  • De rookplek mag geen andere functie hebben waar (niet-) rokers een “ruimte” voor moeten betreden, zoals een fietsenhok, parkeerplaats, o.i.d..
  • De rookplek mag geen overlast geven voor mensen die de inrichting betreden.
  • De rookplek mag geen overlast naar overige werkplekken geven, bijvoorbeeld uitgeblazen rook door openstaande ramen.

M.a.w.; het zal voor bedrijven erg lastig worden om een afgebakende “ruimte” binnen de inrichting te vinden die door een werknemer mag worden gebruikt om te roken.

In de praktijk zal dat betekenen dat er binnen de inrichting moet worden gezocht naar de meest verlaten “Siberische” locaties waar je een “beschutting”, maar geen “ruimte” of “gebouw” mag plaatsen en waar je als roker 1 voor 1 je sigaretje mag roken.

Het gevolg kan best zijn dat er dan grote afstanden moeten worden overbrugd en dat kost veel tijd. Een rookverslaafde werknemer kost de werkgever dan misschien meer tijd dan ‘m lief is en in de meeste gevallen wil de roker zelf ook niet zo inefficiënt werken.

Naast inefficiënte werktijden is het als werkgever ook goed om te beseffen dat (zware) rokers een verzuim hebben van 5,8% ten opzichte van een percentage van 3,4% voor ex-rokers en 2,4% bij niet-rokers (Bron: CBS) en minder fysiek kunnen worden belast. Een ander punt is hoe je als werkgever op deze nieuwe regelgeving wilt toezien en/of handhaven.

Hoe speel je als werkgever goed in op deze wijzigingen?

Deze nieuwe regels vragen om aanpassing van het rookbeleid in veel, zo niet alle bedrijfsorganisaties. En daarop heeft de ondernemingsraad of de personeelsvertegenwoordiging instemmingsrecht. Een beleidsaanpassing kan leiden tot heftige discussies en daarom is het essentieel dat er in overeenstemming goede afspraken worden gemaakt.

Het rookbeleid zou moeten beginnen met een duidelijke visie van het bedrijf op roken. Wil de werkgever aansluiten bij de doelstellingen van de overheid volgens het Preventieakkoord? De werkgever koppelt in dat geval zijn keuze aan het bevorderen van een gezonde leefstijl bij al zijn medewerkers vanuit zijn zorgplicht. Een ander argument om aan te sluiten bij het Preventieakkoord is dat de werkgever zijn werknemers een aantrekkelijke gezonde werkomgeving biedt voor iedereen.

Het uitvaardigen van een rook(pauze)verbod binnen de inrichting zal – zeker door de rokers – niet met gejuich worden ontvangen. Met name de rokers die eigenlijk wel zouden willen stoppen, maar waarbij het al een aantal malen is mislukt, ben je dan al kwijt. 

Stimuleren van het stoppen met roken

Beter is het om als werkgever, medewerkers die willen stoppen, daarin aan te moedigen en, als ze daar behoefte aan hebben, begeleiding te bieden. Als werkgever kunt u bijvoorbeeld preventief medisch onderzoek (PMO) aanbieden. Onderdeel daarvan kunnen longfunctieonderzoek en vaststellen van het risicoprofiel voor hart- en vaatziekten zijn, waarna in het gesprek met de bedrijfsarts ook de leefstijl ter sprake komt. Op die manier kan worden geïnventariseerd welke rokers overwegen om te stoppen. Als werkgever kunt u hen daar dan actief bij helpen door middelen ter beschikking te stellen en moreel te ondersteunen.

Door het verbod in het kader van de zorg voor het welzijn en de gezondheid van het personeel te plaatsen en rokers tijd en gelegenheid te geven om met roken te stoppen, wordt de kans van slagen vergroot. Een werkgever kan de rokers bijvoorbeeld een – door de werkgever betaalde en tijdens werktijd te volgen – stopcursus aanbieden onder de mededeling dat bijvoorbeeld over drie maanden binnen het hele bedrijf een rook(pauze)verbod geldt.

Als werkgever levert het u een gemotiveerde en gezonde werknemer op met een hogere efficiëntie, hogere fysieke belastbaarheid en minder ziekteverzuim.

Wil je meer informatie over hoe je als werkgever, medewerkers kunt helpen te stoppen met roken? Of wil je het niet roken binnen je organisatie actief stimuleren?

Of wil je begeleiding bij het opstellen en introduceren van een nieuw rookbeleid?

Neem dan contact op met BMD Advies.