Samenhang Wet algemene bepaling omgevingsrecht (Wabo) en de Wet natuurbescherming (Wnb)

Moet ik de gehele stikstof emissie van mijn inrichting berekenen of alleen de stikstofemissie voor de specifieke wijziging?

Interne afspraken tussen Provincie en Omgevingsdienst

In het kader van de huidige stikstofvraagstukken worden wij binnen BMD Advies Noord geconfronteerd met achterliggende interne werkafspraken tussen de Provincie (bevoegd gezag) en Omgevingsdienst (uitvoeringsorganisatie).

De Provincie is bevoegd gezag voor de Wet natuurbescherming (Wnb) en wordt bij het uitvoeren hiervan ondersteund door de Omgevingsdienst.

De Wnb wordt op vele manieren gekoppeld aan het omgevingsrecht, waaronder via de Wabo[1]. De Wabo is de procedurele basis voor een groot deel van de vergunningen in de fysieke leefomgeving, denk bijvoorbeeld aan activiteiten zoals bouwen, aanleggen van terreinen of het uitvoeren van activiteiten binnen een project. De koppeling wordt gelegd wanneer een (milieuneutrale) wijziging wordt aangevraagd voor een bedrijf dat nog niet over een Wnb toestemming beschikt.

Onlosmakelijke samenhang

Bij de samenhang van de Wnb en Wabo hanteert de Provincie en de Omgevingsdienst het volgende; “bij het ontbreken van een benodigde Wnb toestemming voor de gehele inrichting, moet bij elke wijziging van een Wabo-vergunning het geheel getoetst worden. De aanvraag voor een wijziging omgevingsvergunning bouw en/of milieu wordt buiten behandeling gesteld indien er voorafgaande aan de Wabo-aanvraag geen Wnb-aanvraag is ingediend of is aangetoond dat deze niet nodig is op basis van de totale stikstofemissie.”
Dit betekent dat vergunningverlening voor een groot aantal bedrijven niet meer mogelijk is. In ieder geval voor bedrijven die niet beschikken over een referentiesituatie (vaak 1994!) voor stikstofemissie.

Bij elke (milieu-neutrale) wijziging wordt beoordeeld of de aangevraagde activiteit samenhangt met andere activiteiten en samen een project vormen in de zin van de Wnb. De Omgevingsdienst maakt deze beoordeling en stemt het oordeel verder af met de Provincie. Bij een significante stikstofdepositie (>0,00 mol stikstof/ha/j) is een verklaring  van geen bezwaar (VVGB) nodig, of een Wnb aanvraag. In het geval dat er geen relevante stikstofdepositie ontstaat, geldt er geen Wnb-vergunningplicht.

Er heerst nog onduidelijkheid over wanneer er sprake is van een onlosmakelijke samenhang van activiteiten, maar in grote lijnen is dit wanneer de ene activiteit noodzakelijk is voor de andere activiteit.

Volgens ons gaan deze werkafspraken verder dan vastgelegd is door het Rijk en leidt het onterecht tot vertragingen en problemen in het vergunningstraject.

In de genoemde interne werkafspraken tussen Provincie en Omgevingsdienst is opvallend dat de samenhang tussen de Wabo en Wnb anders wordt geïnterpreteerd dan het nationale beleid impliceert. Het bedrijf wordt namelijk bij (milieuneutrale) wijzigingen gevraagd om de totale omvang van stikstofemissie van het gehele inrichting in kaart te brengen voordat de vergunning kan worden verleend. Dus ook in gevallen waarbij de wijziging op zich geen toename van de stikstofemissie kent of zelfs als deze afneemt.
De referentiesituatie wordt bepaald door middel van het rekenprogramma AERIUS. Bij een AERIUS-berekening van de activiteiten waaruit blijkt dat deze  >0,00 mol stikstof/ha/j aan depositie veroorzaken op Natura2000 gebieden is er sprake van een vergunningsplicht volgens de Wet natuurbescherming. Bij geen depositie kan een activiteit in beginsel doorgang vinden. Deze lijn is terug te vinden in de brief van onze minister Schouten van 24 april 2020.

Op deze gronden kunnen in onze optiek milieu-neutrale wijzigingen, die geen aantoonbare stikstofdepositie of negatieve impact op de natuur veroorzaken, vergund worden. Immers veroorzaken deze wijzigingen geen significante extra stikstofdepositie, met andere woorden geen achteruitgang van de Natura2000 gebieden. Deze aanpak staat dus toe dat wijzigingen die tot een positief of neutraal milieueffect leiden vergund worden. Dit is daarmee in tegenstelling tot de provinciale lijn waarbij de vergunningaanvraag buiten behandeling wordt gesteld in verband met de aanhaakplicht en voorafgaande Wnb-vergunning.

Bij het aanvragen van een omgevingsvergunning, bijvoorbeeld een bouwaanvraag, waarbij op grond van de werkafspraken door de Omgevingsdienst wordt gevraagd om de stikstofdepositie van het gehele project in kaart te brengen, betekent dit vaak dat de stikstofdepositie van het geheel hoger is dan 0,00 mol/ha/jr, terwijl de stikstofdepositie van de wijziging niet significant is.

Kleine wijzigingen of activiteiten (soms zelf met een positief milieueffect) kunnen dan niet worden doorgevoerd, omdat de gehele inrichting volgens AERIUS een significante stikstofdepositie geeft op Natura2000 gebieden. Het resultaat is dat de aangevraagde activiteiten niet vergund worden.

Voorbeeld

Een voorbeeld hiervan is het verplaatsen van een luchtwasser in een stal. Dit is op zich een milieu-neutrale wijziging, echter wordt de luchtwasser gezien als onderdeel van het project ‘stal’, en moet het gehele project getoetst worden aan de Wnb. Een AERIUS-berekening voor het gehele project moet worden uitgevoerd en als de depositie boven >0,00 mol stikstof/ha/j uitkomt is een VVGB/Wnb-vergunning nodig. Het verplaatsen van de luchtwasser is milieuneutraal, maar het in werking hebben van de stal, inclusief het vee, transportbewegingen enzovoort, leidt bijvoorbeeld wel tot een significante depositie, waarbij een Wnb-vergunning nodig is.

 Onze aanpak

BMD Advies Noord ziet dat de huidige manier van aanpak, met de ruimte voor interpretatie, voor complicaties, onduidelijkheid en vertragingen zorgt. Het kabinet heeft nog geen concrete invulling gegeven op de aanpak van de stikstofproblematiek, waardoor er eigenlijk op de feiten vooruit gelopen wordt door de Provincie en Omgevingsdienst. Zoals aangegeven in de kamerbrief van 24 april 2020 moeten de bestuurlijke afspraken over bestaande inrichtingen zonder Wnb vergunning namelijk nog worden vastgesteld.

Om deze reden is BMD Advies Noord van mening dat de huidige interne werkafspraken niet aansluiten op de werkwijze die het Rijk heeft bedoeld, en dat er in afwachting van de nationale aanpak onderlinge interne werkafspraken niet gemaakt mogen worden tussen Provincie en Omgevingsdienst.

Wij zien dat alleen activiteiten die daadwerkelijk gepaard gaan met een wijziging van het productieproces, moeten leiden tot het in kaart brengen van de stikstofsituatie van die specifieke activiteit en niet de volledige bedrijfsvoering. En dat kleine wijzigingen, zoals een nieuwe luchtwasser, niet tot een totale stikstof berekening van de gehele inrichting moet leiden.

BMD Advies Noord zal deze benadering daarom ook hanteren bij het opstellen van aanvragen en het geven van advies.

Heeft u vragen over wat de samenhang tussen de Wabo en Wnb voor uw bedrijf betekent? Of heeft u andere vragen met betrekking tot een AERIUS-berekening?
Neem dan contact op met een van onze milieu adviseurs via 0594-280 130 of stuur een email naar: info@bmdadviesnoord.nl

[1] Wet algemene bepalingen omgevingsrecht