Handboek Risicozonering Windturbines geactualiseerd

Externe veiligheid speelt ook bij windturbines een rol. Personen buiten de inrichting van een windturbine, lopen het risico dat een ongeval met een windturbine ook hen treft. Denk hierbij aan:

  • ijsafwerping
  • mastbreuk
  • het afbreken van een turbineblad of de gondel

In verband hiermee worden er eisen gesteld. Het gaat daarbij om risicocontouren en ontwerpnormen. Het Handboek Risicozonering Windturbines (versie 3.1 2014) gaf invulling aan de risicomethodiek voor windturbines en hielp bij het bepalen van deze risicocontouren.

Het Handboek Risicozonering Windturbines is nu geactualiseerd. Daarbij is het handboek gesplitst in:

  1. een Handreiking Risicozonering Windturbines v1.1

De Handreiking biedt een overzicht van wet- en regelgeving en beleid met betrekking tot de risico’s van windturbines voor de omgeving.

  1. een Handleiding Risicoberekeningen Windturbines (versie oktober 2019).

In de handleiding staat beschreven hoe de risico’s van windturbines en hoe de trefkansen moeten worden bepaald. De Handleiding is te vinden op de website van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) onder Rekenvoorschriften omgevingsveiligheid (Module IV).

Het Rekenvoorschrift omgevingsveiligheid is onderverdeeld in verschillende technische modules inclusief een toelichting hierop om aan te sluiten bij de specifieke eigenschappen van de activiteiten. Module IV betreffen voor de verschillende activiteiten uit Bijlage VII van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), zoals benoemd in:

  • onderdeel D (Activiteiten met te berekenen afstanden voor het plaatsgebonden risico zonder vergunningplicht), lid 1 (Windturbine; Het opwekken van elektriciteit met een windturbine met een rotordiameter van meer dan 2 m, bedoeld in artikel 3.11 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal), voor zover het niet gaat om een windpark met drie of meer windturbines).
  • onderdeel E (Activiteiten met te berekenen afstanden voor het plaatsgebonden risico met vergunningplicht), lid 1 (Windturbine; Het opwekken van elektriciteit met een windturbine met een rotordiameter van meer dan 2 m, voor zover het gaat om een windpark met 20 of meer windturbines, bedoeld in artikel 3.12 van het Bal, of met 3 tot 20 windturbines, bedoeld in artikel 3.13, van het Bal).

Wilt u op uw bedrijfslocatie een windmolen plaatsen of heeft men plannen om nabij uw bedrijf een windmolen te plaatsen, dan kan BMD Advies voor u de externe veiligheidsrisico’s naar uw omgeving of richting uw bedrijf in kaart brengen.