De wijziging van het Arbobesluit kan gevolgen hebben voor uw Explosieveiligheidsdocument.

Op 23-01-2020 is het Arbobesluit § 2a. Explosieve atmosferen artikel 3.5e gewijzigd. De wijziging was nodig omdat in het oude besluit de term “andere eisen” er voor zorgde dat er interpretatieruimte ontstond over de te nemen maatregelen in een gebied waar een mogelijk explosiegevaar heerst. De formulering “andere eisen» kon ten onrechte de indruk wekken dat het mogelijk was om:

  • minder eisen te stellen aan het gebied;
  • een minder strenge gevarenzone te kiezen;
  • apparatuur of beveiligingsmiddelen te gebruiken uit een minder strenge ATEX-categorie, of;
  • af te zien van het treffen van de maatregelen die eigenlijk nodig zijn om het daadwerkelijk aanwezige explosiegevaar te beheersen.

In de praktijk heeft dit geleid tot gevaarlijke situaties. Om te voorkomen dat er onduidelijkheid ontstaat, is de term “andere eisen” vervangen door de term “aanvullende eisen”. Dit houdt in dat in principe het materieel, de installatie of de activiteit binnen het gevaarlijke gebied altijd moet voldoen aan de eisen die horen bij de risicobeoordeling. De apparatuur binnen het gevaarlijke gebied zal dan conform het Warenwetbesluit explosieveilig materieel 2016 altijd als volgt moeten worden toegepast:

  • 1°.gevarenzone 0 of 20: categorie 1-apparatuur;
  • 2°.gevarenzone 1 of 21: categorie 1- of categorie 2-apparatuur;
  • 3°.gevarenzone 2 of 22: categorie 1-, categorie 2- of categorie 3-apparatuur;

Maatregelen voor activiteiten binnen het gebied moeten dan ook altijd passend zijn bij het beoordeelde risico en niet “anders” volgens de mening van de opsteller van het Explosieveiligheidsdocument.

Deze op het oog kleine tekstuele wijziging in het Arbobesluit kan consequenties hebben voor de dagelijkse praktijk.

Denk bijvoorbeeld aan hulpmiddelen die zonder EX-categorie worden gebruikt binnen een vastgestelde ATEX-zone, zoals lap-tops, tablets of mobiele telefoons om software te plaatsen, gegevens uit te lezen of te communiceren. Het argument “het kan niet anders”, gaat met deze wijziging niet meer op.

Of denk aan materieel dat van “oudsher” al aanwezig is, essentieel voor de productie is, slecht vervangbaar is en na inventarisatie volgens de NPR 7910 zich “ineens” in een Ex-zone bevindt. Vervolgens blijkt dat het onderdeel geen CE-markering heeft en het niet duidelijk is of het voldoet aan de veiligheidseisen conform het Warenwetbesluit explosieveilig materieel 2016. De verleiding is dan groot om de aanwezigheid en veiligheid van het materieel “anders” te beschouwen en te onderbouwen.

Het kan dus zo zijn dat er binnen uw bedrijf ook een situatie bestaat, waarbij er sprake is van een veronderstelde veiligheid of waarbij wordt verondersteld dat aan de wetgeving wordt voldaan.

Is er dan geen ruimte voor maatwerk?

Jawel, maar het uitgangspunt is dat de apparatuur voldoet aan de ATEX-categorie die nodig is.

Met de term “aanvullend” wordt dan bedoeld dat als het ontstaan en de aanwezigheid van een explosieve atmosfeer niet volledig weggenomen kan worden, erin de vastgestelde gevarenzone aanvullende maatregelen getroffen dienen te worden. Het kan ook voor komen dat er voor een apparatencategorie géén apparatuur of beveiligingsmiddelen op de markt beschikbaar is, in dat geval mag er afgeweken worden van de regel, maar moeten wel aanvullende maatregelen genomen worden om te zorgen dat het explosiegevaar zoveel mogelijk wordt teruggedrongen.

Nu is het zo dat conform de NPR7910 op basis van een schatting van concentratie en duur een zone met een bepaalde vaste afmeting wordt geadviseerd (bijv. r = 1m of r = 7m). Als die afmeting eenmaal is vastgelegd en uw essentiële stukje apparatuur zonder herkenbare Ex-categorie of acceptabele veiligheden valt daar (net) binnen, moet deze dus worden vervangen. Het kan dan heel zinvol zijn om eens kritisch te kijken naar die zone-afmeting en de zone op basis van metingen of specificaties van de installatie te berekenen. Misschien wordt de zone-afmeting conform de NPR 7910 wel overschat en is de werkelijk zone kleiner. Wellicht val dan de apparatuur wel buiten de zone. Een reductie van de zone kan dus leiden tot een minder grote gevarenzone en hierdoor tot het treffen van minder zware maatregelen.

De eis dat de apparatuur en beveiligingsmiddelen conform de apparatencategorieën, bedoeld in het Warenwetbesluit explosieveilig materieel 2016, worden gebruikt, geldt echter altijd onverkort.

Meer weten over deze verandering en over explosieveiligheid? Neem contact op met BMD Advies