Op 7 november jl. heeft het Europese Hof van Justitie uitspraak gedaan naar aanleiding van de prejudiciële vragen die de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) heeft gesteld op 17 mei 2017.

In haar uitspraak heeft het Hof aangegeven dat een systeem zoals het PAS toelaatbaar is op grond van de Habitatrichtlijn. De wetenschappelijke onderbouwing die ten grondslag ligt aan het programma en de maatregelen waarop deze onderbouwing is gebaseerd, moeten wel voldoende zekerheid bieden dat de natuurwaarden van de Natura 2000-gebieden geen schade ondervinden van deze activiteiten. Het is aan de Afdeling om te beoordelen of de wetenschappelijke onderbouwing en de daaraan ten grondslag liggende maatregelen voldoende zijn. In het voorjaar van 2019 wordt een einduitspraak verwacht van de ABRvS met inachtneming van de uitspraak van het Europese Hof.

Naar aanleiding van de uitspraak van het Europese Hof hebben de bevoegde overheden op 15 november met elkaar vastgesteld dat de toestemmingsverlening kan worden voortgezet, binnen de kaders zoals die eerder door de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zijn vastgesteld. De minister heeft dit op 20 november jl. in een brief aan de Tweede kamer gecommuniceerd.  

Kort samengevat betekent dit dat de voorlopig gereserveerde ruimte van PAS tijdvak 2, de periode na 2021, van segment 2 als buffer wordt gehouden. 

In de PAS wordt ervan uitgegaan dat door het invoeren van wet- en regelgeving voor schonere installaties en apparaten en het uitvoeren van herstelmaatregelen aan natuurgebieden er stikstofdepositieruimte beschikbaar komt op stikstofgevoelige natuurgebieden. Op deze beschikbare depositieruimte wordt aanspraak gemaakt door ontwikkelingen vanuit vier verschillende segmenten:

Het segment voor autonome groei (segment NTVP) is gereserveerd voor economische ontwikkelingen, voorbeelden hiervan zijn: toename wegverkeer, toename energiegebruik etc. Het segment onder grenswaarde (segment GWR) is voor alle ontwikkelingen waarvan men door middel van een stikstofdepositieberekening heeft vastgesteld dat de effecten beneden de grenswaarde voor vergunningverlening zijn. Voor dit segment hoeft alleen een melding te worden gedaan. Voor segment prioritaire projecten, segment 1, is depositieruimte vastgelegd voor de ontwikkeling van de door de overheid vastgestelde projecten met een hogere prioriteit, omdat deze van groter economisch belang zijn. Voorbeelden van deze projecten zijn de aanleg van nieuwe wegen en ontwikkelingen van industriegebieden. Het segment vrij ontwikkelingsruimte, segment 2, is beschikbaar gesteld voor overige projecten welke een stikstofdepositie hebben boven de grenswaarde en daarmee vergunningplichtig zijn.

De verdeling van de stikstofdepositie geschiedt over twee tijdvakken: de eerste PAS-periode loopt van 2015 tot en met 2021. In de eerste PAS periode wordt 60% van de totale beschikbare depositieruimte vrijgegeven. Voor periode 2, vanaf 2021, wordt de resterende 40% vrijgegeven.

Op basis van de brief van de Minister aan de tweede kamer blijkt dat zij er voor kiezen om de depositieruimte van segment 2 voor PAS periode 2 (ergo 40% van totaal segment 2) voorlopig aanhouden als buffer in het geval dat blijkt dat de PAS toch niet voldoende wetenschappelijk onderbouwd is. Echter komt deze ruimte pas beschikbaar in 2021 en heeft dit op de huidige vergunningverlening nog geen invloed. Vergunningverlening is daarmee op dit moment niet gewijzigd naar aanleiding van de uitspraak van het Europese Hof.

Echter is in een groot aantal gebieden de grenswaarde al naar beneden bijgesteld, wat betekent dat er bij een lagere stikstofdepositie al een vergunning nodig is. Dit wordt gedaan wanneer 95% van de stikstofdepositieruimte op dit natuurgebied al is gevuld voor het desbetreffende tijdvak. Van de gebieden waar de grenswaarde al naar beneden is bijgesteld lijkt het er nu op dat het verkrijgen van een vergunning voor activiteiten met effecten op deze gebieden nagenoeg onmogelijk is.

Wilt u verdere informatie of heeft u vragen over dit artikel, neemt u dan gerust contact op met onze adviseurs Rick Visser of Debbie Hooites. U kunt hen bereiken onder telefoonnummer 05394-280130 of via ons emailadres: info@bmdadviesnoord.nl