Doel van PGS 31

In PGS 31 ‘Overige gevaarlijke vloeistoffen: opslag in ondergrondse en bovengrondse tankinstallaties’ zijn regels opgenomen voor installaties voor de opslag van gevaarlijke vloeistoffen (anders dan verpakte chemicaliën en brandstoffen). Onderwerpen die daarbij aan bod komen zijn het ontwerpen, bouwen, gebruiken (in werking hebben), onderhouden en inspecteren/herclassificeren van installaties. Doel is om met deze regels een aanvaardbaar beschermingsniveau voor mens en milieu te realiseren. Het vereiste beschermingsniveau is bepaald op basis van de stand der techniek. Deze is bepaald voor de bouwkundige uitvoering van opslagvoorzieningen, brandbestrijdingssystemen (samenstel van preventieve, preparatieve, en repressieve voorzieningen) en arbeidsmiddelen.

Aanleiding

Voor het ontwerp en het gebruik van tankinstallaties voor de opslag van vloeibare brandstoffen en brandbare vloeistoffen in ondergrondse, kleine bovengrondse en grote bovengrondse tankinstallaties zijn al jaren richtlijnen beschikbaar (PGS 28, PGS 29 en PGS 30). Een richtlijn voor het ontwerp van tankinstallaties en de opslag van chemicaliën in dergelijke tankinstallaties ontbrak al die tijd.

In de actualisatietrajecten van de PGS 28, PGS 29 en PGS 30 heeft men wel pogingen gedaan dit al mee te nemen. Voor enkele aspecten van een tankinstallatie voor vloeibare brandstoffen, bijvoorbeeld voor het ontwerp van de tank, zijn de uitgangspunten van deze richtlijnen immers ook bruikbaar voor de opslag van chemicaliën. Dit leidde helaas ook tot onduidelijkheden, mede als gevolg van de specifieke kennis die nodig is om te kunnen beoordelen of er sprake is van een veilige opslagvoorziening. De verwachting is dat de PGS 31 eenduidigheid kan geven over de opslag van chemicaliën en het ontwerp van dergelijke tankinstallaties.